De ramp met het hospitaalschip ‘Actinia’ op 11 mei 1940
De mobilisatie die eind augustus 1939 was afgekondigd, bracht duizenden mannen onder de wapenen.
In de maanden daarna werden steeds nieuwe troepen gemobiliseerd, waaronder verschillende Rode Kruis-vrijwilligers van afdelingen uit het land.
Een aantal van hen werd op 1 februari 1940 opgeroepen zich te melden bij de Oranje-Nassaukazerne in het centrum van Amsterdam.
Het waren allen al wat oudere mannen; de jongste was 32 jaar en velen hadden thuis een gezin.
In de vroege ochtend van vrijdag 10 mei vielen Duitse troepen Nederland binnen.
Diezelfde avond kreeg een groep de opdracht om met de 70 ton metende
Actinia — voorheen voer het schip onder de naam
De Hoop — naar Sliedrecht te gaan.
Het schip was even daarvoor aangekomen nadat het eerder inwoners van Rhenen had geëvacueerd naar het westen.
Die avond gingen vijftien Rode Kruis-soldaten onder leiding van arts-officier G. Aukes aan boord.
Schipper Huisman en een soldaat van het Vaartuigendepot voeren vervolgens naar Sliedrecht.
In Sliedrecht had het Nederlandse leger onder grote geheimhouding grote voorraden verband- en geneesmiddelen aangelegd.
Eenmaal in Sliedrecht aangekomen bleek er echter geen enkele gewonde te zijn en rond twee uur werd daarom besloten de volgende dag terug te keren naar Amsterdam.
De noodlottige 11e mei
<
Op de Merwede was het stil, maar in de lucht niet. Sommige vliegtuigen wierpen boven de rivier voorwerpen af die niet bleven drijven.
Niemand stond erbij stil dat er geen ontploffing volgde. Rond drie uur in de middag was de
Actinia in de buurt van Boven-Hardinxveld, ter hoogte van de splitsing van de Boven- en Beneden-Merwede.
Een deel van de soldaten stond of zat aan dek, terwijl anderen benedendeks lagen te rusten of te lezen.
Plotseling klonk er een heftige explosie. Het schip bleek op een magnetische mijn te zijn gelopen die eerder door een Duits vliegtuig was afgeworpen.
De veerpont tussen Hardinxveld en Werkendam, die nog gewoon in de vaart was, schoot meteen te hulp.
Enkele gewonden konden worden gered en werden overgebracht naar Werkendam.
Vanuit het snel zinkende schip meenden de redders nog wel geklop te hebben gehoord, maar er was geen tijd om hierop te reageren.
Voor elf opvarenden was het te laat.
Enkele lichamen werden direct geborgen en naar Sliedrecht gebracht, maar men vond niet meteen alle slachtoffers.
Die dag werden de lichamen van zes mannen uit het water gehaald, waaronder H.W. de Vries Danil, soldaat van de 23e Roode Kruis Compagnie.
De lichamen van vijf verdronken soldaten die niet direct uit het water konden worden gehaald, werden pas veel later geborgen.
Een aantal van hen werd begraven in Sliedrecht, terwijl sommigen later werden herbegraven in hun woonplaats.
Op de begraafplaats in Sliedrecht is een herdenkingsmonument geplaatst.
Hendrik Willem de Vries Danil werd begraven in Boven-Hardinxveld en daar is nog steeds zijn graf te vinden.
De ouders van Hendrik verhuisden later naar Boven-Hardinxveld om dicht bij het graf van hun zoon te zijn.