Gerit van Wijngaarden: collaborateur of verzetsheld?
Bron: Daniël van den Bos, Baggergoud, 2011
Voor zover ik mij kan herinneren werd er in ons dorp altijd met enige minachting gesproken over mijn oom Gerit van Wijngaarden. Hij was de oudste broer van mijn vader en had een dubieus verleden. Wat er precies was gebeurd wist ik niet, maar dat hij in de oorlog behoorlijk fout was geweest was mij wel duidelijk. Zwarthandelaar en moffenvriend.
Eerlijk gezegd geneerde ik me daar een beetje voor; er was altijd iets van plaatsvervangende schaamte.
Tot in 2011 het boek Baggergoud verscheen, geschreven door Daniël van den Bos, een ver familielid. In dit boek beschreef de auteur met verve de zogeheten Goudstavenaffaire die speelde vanaf 1946 en de minder fraaie rol die Gerit van Wijngaarden daarin had gespeeld. Maar hij ging ook in op zijn rol in de Tweede Wereldoorlog en die was bij nader inzien aanmerkelijk positiever.
Jeugd en gezin
Gerit van Wijngaarden werd geboren op 28 maart 1911 als oudste zoon van Jan Hendrik van Wijngaarden en Nesia Schreuders. Later volgden nog negen zussen en twee broers. Gerit was bijzonder intelligent en sloeg op de lagere school twee of drie klassen over. Dat was voor bovenmeester Pluister reden om bij vader Jan ervoor te pleiten dat Gerit mocht doorleren. Gerit wilde dit ook graag, maar dat werd door zijn vader geweigerd.
Vader Jan Hendrik van Wijngaarden had een handel in stro, hooi en hout. Toen Gerit volwassen was, werd hij schipper op het scheepje van zijn vader: de Niets Bestendig, een gemotoriseerde aak. Hij vervoerde voornamelijk hooi en stro.
Op 19 september 1934 trouwde hij met Laurina Blom, geboren te Haaften. Uit dit huwelijk werden vier dochters geboren. Hij woonde in het pand Buitendams C 63 (nu 165). Na zijn echtscheiding woonden zijn vrouw en dochters in de Oranjestraat. Gerit hertrouwde in 1950 met Janny de Wilt.
Oorlogsjaren
Tijdens de oorlogsjaren was Gerit onder andere handelaar in aardappelen en ‘directeur’ van het regionaal verkoopkantoor van de V.B.N.A., de Vereeniging ter Behartiging van de belangen van den Nederlandschen Aardappelhandel. Tijdens mijn onderzoek in het archief te Gorinchem voor mijn boekje over de voedseltochten kwam ik hem tegen als ‘bemiddelaar’ bij de verkoop van aardappels vanuit het Land van Heusden en Altena. In één van de documenten hierover werd hij bestempeld als ‘onbetrouwbaar’.
Hij had veel contact met de Duitse overheid en zelfs met Friedrich Christiansen, de opperbevelhebber van de Wehrmacht in Nederland. Die contacten heeft hij gebruikt en uitgebuit, al kostte hem dat wel zijn naam als ‘goede vaderlander’.Hij speelde een dubbelrol: hij verborg onderduikers en Joden. In het houten huis naast zijn woning was een filiaal gevestigd van het distributiekantoor. Gerit verborg zelfs daar zijn onderduikers. Later werd beweerd dat hij zich daarvoor liet betalen. Als dat al zo was, dan was hij niet de enige. Meerdere mensen lieten onderduikers betalen voor kost en inwoning. Dat lijkt erger dan het is, zolang het bedrag binnen de perken bleef. Tenslotte moest hun voeding ook worden betaald. In november 1942 werd de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers opgericht. Deze organisatie had onder andere als doel de onderduikers financieel te ondersteunen.
Gerit verborg en smokkelde piloten, waarbij hij in ieder geval éénmaal samenwerkte met Bas van Mill. Hij was absoluut niet bang voor de Duitsers:
“Ze hebben misschien een grote bek, maar die van mij is nog groter. Maar mijn hand opsteken (de Hitlergroet), dat verdom ik.”
Hij had een goed werkende tactiek: hij werkte bij de Duitse militairen steeds op hun groot-Duitse eergevoel. En dat bleek verrassend effectief.
Het teruggeëiste schip
Toen op 14 januari 1944 het scheepje van een plaatselijke schipper onder bedreiging van vuurwapens werd gevorderd door een onderdeel van de Wehrmacht, bezocht Gerit het betreffende onderdeel en eiste het schip terug met het dreigement de diefstal van dit schip te zullen doorgeven aan de bevoegde instanties. De verblufte Duitsers gaven het schip terug, maar dat was inmiddels door onbekwame militairen omhooggevaren op een griend. Gerit ging samen met de schipper naar de Ortskommandant in Gorinchem en eiste dat het schip zou worden vlot getrokken. De Ortskommandant kon daar niets mee, maar op aandringen van Gerit kreeg de schipper een ander schip om het vastgelopen schip vlot te trekken, wat na twee dagen lukte. De dankbare schipper wilde Gerit een geldbedrag schenken, maar dat werd pertinent geweigerd.
De redding van een Amerikaanse piloot
Een bijzonder huzarenstukje voerde hij uit in de herfst van 1944, samen met Bas van Mill. In de woning van Gerit in Buitendams was een Amerikaanse piloot verborgen en die moest naar bevrijd gebied aan de overkant. Eerst moest worden vastgesteld of hij daartoe fysiek in staat was. Daarvoor werd hij overgebracht naar huisarts Maarten Schlemper, die ook actief was in het verzet. Dat was niet zonder risico, want het spreekuur was nog in volle gang en de Amerikaan viel met zijn gebruinde en gezonde uiterlijk sterk op tussen alle bleke gezichten van de Giessendammers. Maar dokter Schlemper ging onverstoorbaar zijn gang en de piloot werd voldoende gezond bevonden voor de overtocht naar bevrijd gebied.
Bij Gerit van Wijngaarden waren een aantal Duitse officieren ingekwartierd en van tijd tot tijd dronk hij met deze mannen een stevige borrel. Die Duitsers mochten hem wel. Op de dag dat de piloot zou worden weggebracht zorgde hij ervoor dat de Duitsers een hele kruik jenever dronken. Toen ze laveloos lagen te slapen, trokken Gerit en Bas van Mill hun uniformjassen aan, zetten hun petten op en stapten samen met de piloot in de Chevrolet van Gerit. Ze reden naar het veer Gorinchem – Sleeuwijk, dat streng werd bewaakt door Duitse militairen. Toen deze de auto met de ‘officieren’ zagen, sprongen ze in de houding en de overtocht was snel gemaakt. De piloot werd naar Werkendam gebracht en overgedragen aan verzetsmensen ter plaatse. Ze reden snel terug en toen de officieren wakker werden met daverende hoofdpijn, hingen hun jassen weer aan de kapstok en lagen de petten weer op hun plek. Zoals gezegd: Gerit was voor niemand bang. En Bas van Mill trouwens ook niet.
Overigens heeft Bas van Mill later een positief getuigenis afgelegd over Gerit. Hij vertelde hoe ze samen meerdere malen personen en brieven naar de overkant hadden gebracht en dat Gerit daarbij een dubbel risico had gelopen. Hij had als aardappelhandelaar Ausweise voor dit gebied en de Duitsers zouden dit als dubbel verraad hebben beschouwd.
Arrestatie en vrijspraak
Op 15 januari 1944 werd hij gearresteerd door de SD en overgebracht naar de gevangenis aan de Noordsingel te Rotterdam. Op 17 januari werd hij overgebracht naar Scheveningen, het Oranjehotel. Blijkbaar had hij toch iets gedaan wat de SD niet welgevallig was. Hoe lang hij daar is gedetineerd en waarom is niet bekend, maar mogelijk hebben zijn hoge Duitse relaties bijgedragen aan zijn vrijlating.
Hij was royaal en liet anderen ruimhartig delen in zijn welvaart. Tijdens de hongerwinter nodigde hij bij toerbeurt arme kinderen uit die in zijn gezin mochten komen eten.
Na de bevrijding van Giessendam op 8 mei 1945 werd hij gearresteerd en overgebracht naar suikerfabriek Hollandia in Gorinchem en op 11 mei naar kamp Duindorp in Scheveningen. Een brief van zijn vrouw Rientje, waarin zij haar man beschreef als een goede vaderlander, droeg bij aan zijn vrijlating op 11 december 1945. Ik zal u de hele detentieperiode en de rechtsgang besparen, maar op 13 maart 1947 deed het Tribunaal te Dordrecht uitspraak en verklaarde hem niet schuldig aan al hetgeen hem ten laste werd gelegd.
Na de oorlog
Na de oorlog ging hij weer in zaken; hij had onder andere een transportbedrijf. Heling van een goudstaaf kostte hem, na aftrek van voorarrest, drie maanden cel in Rotterdam.
Overlijden
Gerit van Wijngaarden overleed op 27 september 1978.
Op zijn grafsteen staan slechts enkele woorden:
‘Hier rust Gerit van Wijngaarden’
Lukas 15:2b: “Deze ontvangt zondaren en eet met hen.”
En dat getuigt toch van zelfkennis én van geloof.
Peter van Wijngaarden, 2025