Het trieste einde van dienstplichtig matroos Pieter Dubbeldam op 1 mei 1941
Piet Dubbeldam was een zoon van Leendert Dubbeldam, oftewel Leentje Dubbeldam. Leen was zandschipper, beugelschipper, dus met de hand laden en lossen. Zijn huwelijk met Pieternella Antonette de Leeuwerk werd gezegend met negen kinderen geboren, vijf zonen, drie dochters en één doodgeboren zoon.
Leen was klein van stuk, en daarom sprak men doorgaans over Leentje; hij was zachtmoedig en soms erg driftig. Zijn bijnaam was ‘het leeuwke’. Hij was ouderling in de Oudgereformeerde gemeente en met ds. Van der Poel had hij een goede band. Leen maakte met zijn predikant in de oorlog een aantal reizen naar de overkant van de rivier om voedsel te halen. Over Piet is niet zoveel bekend. Hij diende als dienstplichtig matroos bij de marine. Hoe lang hij voor de oorlog heeft gediend is niet bekend.Hij was verloofd met Jo van der Wiel van de Boorstoep. Blijkbaar was hij gelegerd in Vlissingen, het lijkt erop dat hij in mei 1940 niet geplaatst was op een oorlogsschip maar op de veerboot Koningin Emma, die waarschijnlijk was gevorderd door de marine. . Op 11 mei 1940 (sic!) schreef Piet een brief aan zijn ouders waarin hij vertelde nog in goede gezondheid te verkeren. Hij schreef deze brief aan boord van het ms. Koningin Emma De Koningin Emma en haar zusterschip de Prinses Beatrix ontsnapten naar Engeland. Voor zover ik heb kunnen reconstrueren kwam de Koningin Emma op 14 of 15 mei aan in Engeland met aan boord de matroos 2e klasse Piet Dubbeldam. Beide veerboten werden verbouwd tot snelle troepentransportschepen c.q. aanvalsschepen. Hun maximale snelheid was 24 mijl, ca. 40 km. HMS Queen Emma en HMS Prinses Beatrix zouden een indrukwekkende carrière maken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij werden ingezet in Noorwegen, op de Zuid-Atlantische Oceaan, bij de Dieppe Raid, de invasie van Noord-Afrika, de invasie van Sicilië, de invasie van Frankrijk en in de Indische Oceaan. Voor zover ik heb kunnen reconstrueren kwam de Koningin Emma op 14 of 15 mei aan in Engeland met aan boord de matroos 2e klasse Piet Dubbeldam. In Engeland werd Piet geplaatst op Hr. Ms. escortetrawler Jean Frederic. Wanneer weet ik niet en evenmin of hij eerst op een ander schip heeft gediend. Hr. Ms. Jean Frederic was een Nederlandse anti-onderzeeboottrawler. Het schip was een van twee anti-onderzeeboottrawlers die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Franse marine werden uitgeleend aan de Nederlandse marine; het andere schip was de Notre Dame de France. Het schip werd gebouwd bij de scheepswerf Lobnitz in het Schotse Renfrew, mat 329 ton, en was voorzien van een triple expansiemachine van 70 pk. De bewapening bestond uit vier kanons van 7,5 cm en twee mitrailleurs van 12,7 mm. De Jean Frederic escorteerde op 1 mei 1941 een konvooi van Falmouth naar Dartmouth. Om 16.00 uur bevond het schip zich ongeveer op vijftien zeemijlen ten zuidoosten van Start Point, South Devon in het Engelse Kanaal. Het schip kreeg een ASDIC (echo)contact dat kon duiden op de aanwezigheid van een Duitse onderzeeboot en ging op zoek naar deze onderzeeboot terwijl het konvooi verder voer. Dat werd schip en bemanning noodlottig. De Jean Frederic werd om circa 16.00 uur aangevallen met bommen en mitrailleurvuur door een Duits vliegtuig. De Jean Frederic werd zwaar beschadigd en na een half uur verlieten alle opvarenden het zinkende schip. Ze probeerden zich met vlotten drijvende te houden, maar door koude en uitputting verdronken 26 mannen. Piet Dubbeldam was niet gewond en droeg een zwemvest. Behalve drijvende voorwerpen afkomstig van het schip waren er twee reddingsvlotten en de meeste bemanningsleden probeerden hierop een plaatsje te krijgen, maar er was onvoldoende ruimte voor allemaal. De vlotten kantelden geregeld wegens overbelasting. Het was erg uitputtend en Piet heeft de strijd nog lang volgehouden, maar na enige uren moest hij de strijd opgeven. Zijn krijgsmakker H. Sterrenburg uit Sleeuwijk schreef na de oorlog een brief aan de ouders van Piet waarin hij het einde van Piet beschreef: “We hadden de gehele avond en nacht gedreven op een stuk hout. Steeds liet een van de jongens los en verdween in de diepte. Piet had nog gezegd: ‘Ik kan het niet meer houden, de groeten aan de familie.’” En verder: “Toen hebben we met z’n allen een mooie krans gekocht voor Piet en hebben we hem twee dagen later wezen begraven in Dartmouth. Meer kan ik u niet vertellen over uw zoon.”Sterrenburg besluit zijn brief met een Bijbeltekst: “Het gras verdort en de bloem valt af, maar het Woord Gods bestaat in der Eeuwigheid” (Jesaja 40:8, Statenvertaling)
Dertien opvarenden werden opgepikt door een Britse motorlaunch en te Dartmouth aan land gezet. Een motorlaunch is een klein militair vaartuig in dienst van de Royal Navy, ontworpen voor havenverdediging en onderzeebootjacht. Ze werden ook door de Royal Air Force gebruikt voor gewapende snelle lucht-zeereddingsacties. De volgende dag werd het zoeken voortgezet en werden vier lichamen geborgen, waaronder Piet Dubbeldam. Matroos Piet Dubbeldam werd op 5 mei 1941 te Dartmouth ter aarde besteld. Door middel van een brief, gedateerd 25 juni 1941, ontving de familie Dubbeldam in de Oranjestraat het bericht van zijn overlijden. Bijna tegelijkertijd ontvingen ze een brief van het Regelingsbureau Zeemacht uit Den Haag, ondertekend door Schout-bij-nacht L.A.C.M. Doorman, een broer van Schout-bij-nacht Karel Doorman. Voor vader Leen was het geen verrassing; hij noemde zoon Piet al een tijdje niet meer in zijn gebed. Toen zijn vrouw hem daarop wees zei Leen: “ik ben Piet kwijt”. Op 15 september 1945 kreeg de familie van het Ministerie van Marine nogmaals het officiële bericht van zijn overlijden, met excuses voor het feit dat de familie nooit een officieel bericht van zijn overlijden had ontvangen. Na de oorlog werd Piet postuum onderscheiden met het Oorlogsherdenkingskruis. Peter van Wijngaarden, 2025